Een christelijke boekwinkel in Nederland is een alledaags verschijnsel, maar zijn er eigenlijk ook christelijke boekwinkels in Centraal-Azië, waar taliban en IS-strijders stad en land onveilig maken? Het is haast niet te geloven, maar die zijn er. In een land dat we maar beter niet bij naam moeten noemen, leeft in elk geval één zo’n durfal. Eigenlijk een dubbele durfal, want hij houdt er zelfs twee filialen op na.

Het gezegde ‘wie appelen vaart, die appelen eet’ kent hij vast niet, maar deze boekhandelaar – laat ik hem Ali noemen – heeft thuis zo’n mooie plaat met I Korinthe 13 aan de muur hangen. In zijn boekwinkel gaan die posters grif over de toonbank. Op een dag is het zover. Een opgefokte talibanstrijder stormt zijn huis binnen.

‘Al zou ik de talen van de mensen en van de engelen spreken, maar ik had de liefde niet, dan zou ik klinkend koper of een schallende cimbaal zijn geworden.’
Deze talib is de talen van de engelen niet meester, maar de lokale taal spreekt hij vloeiend. Met een stem als een schallende cimbaal brult hij dat hij christenen haat, vooral boekhandelaren. Hij komt Ali doodschieten.

‘En al zou ik de gave van de profetie hebben en alle geheimenissen weten en alle kennis bezitten, en al zou ik al het geloof hebben zodat ik bergen zou verzetten, maar ik had de liefde niet, dan was ik niets.’
Iets van dit geloof bezit broeder Ali zeker, want hij durft de talib doodkalm om een laatste wens te vragen.

‘En al zou ik mijn bezittingen uitdelen tot levensonderhoud van de armen, en al zou ik mijn lichaam overgeven om verbrand te worden, maar ik had de liefde niet, het baatte mij niets.’
Alvorens hij zijn lichaam overgeeft om doodgeschoten te worden, vraagt hij de talib vriendelijk of hij misschien de tekst wil voorlezen die aan de muur hangt.  

‘De liefde is geduldig, zij is vriendelijk, de liefde is niet jaloers, de liefde pronkt niet, zij doet niet gewichtig.’
Geduldig? Aan de manier waarop hij komt binnenstormen, zou je het niet zeggen, maar de talib in kwestie heeft geduld genoeg om Ali’s laatste verzoek in te willigen en begint hardop te lezen over de liefde.

‘Zij handelt niet ongepast, zij zoekt niet haar eigen belang, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad.’
Hij denkt genoeg kwaad over christenen, maar hij ziet er geen kwaad in om I Korinthe 13 voor te lezen. Weet hij veel…

‘Zij verblijdt zich niet over de ongerechtigheid, maar zij verheugt zich over de waarheid.’
De waarheid? De waarheid is wat de moellahs, moefti’s, oelama en imams met stelligheid verkondigen. Verder komt hij niet. De telefoon gaat. Deze talib mag er dan middeleeuwse martelpraktijken op na houden, hij is wel een kind van zijn tijd en heeft een mobieltje.

Aarzelend klopje
Het vervolg kan zelfs de beste scenarioschrijver niet bedenken. Het telefoontje is dringend en de talib stormt net zo hard de deur uit als hij is gekomen. Om na tien dagen radiostilte terug te komen en met een aarzelend klopje op de deur beleefd te vragen of hij binnen mag komen. Met de woorden over de waarheid nog in zijn hoofd heeft hij die nacht een droom gehad waarin Isa (Jezus in het Arabisch) verschijnt en hem oproept de waarheid te zoeken. Enigszins bedremmeld vraagt hij of Ali ook bijbels te koop heeft. Ja, hij kent nog slechts zeer ten dele, maar hij weet in elk geval zeker welk hoofdstuk hij het eerst moet lezen.

Tekst: Tirza Keesmaat

 

 

Dit artikel en vele andere zijn te vinden in Opwekking Magazine. Steun de bediening van Opwekking en neem een abonnement op Opwekking Magazine.

Ontvang het laatste nieuws in uw inbox

Ontvang het laatste nieuws en een overzicht van alle activiteiten, producten en acties van Opwekking.