Voormalig Feyenoord-hooligan loopt van Auschwitz naar Westerbork


Als deel van de harde kern van Feyenoord reisde Jaap door heel Europa om geen enkele wedstrijd van zijn club te missen. En vooral: om keihard te vechten. Toen hij tot geloof kwam, begon hij opnieuw te reizen, maar nu met een ander doel.

“Een jaar of zeventien was ik, toen ik voor het eerst naar een wedstrijd van Feyenoord ging. Dat was op een zondagmiddag. Ik zei er niets over tegen mijn ouders, want die kochten op zondag nog geen ijsje, laat staan dat je naar een voetbalstadion ging.
Bij mijn vriendin Inge thuis was dat heel anders. Daar ontmoette ik andere Feyenoordfans, echte hooligans. Ze namen mij al snel op. Het groepsgevoel gaf mij een enorme kick. Met tachtig tot honderd man stonden we tegenover de politie en die was bang voor ons!
We deden de gekste dingen. Ik herinner me een wedstrijd tegen PEC-Zwolle. Zodra PEC scoorde, renden we schreeuwend over de tribunes naar het vak met PEC-supporters, tot de politie ons terugdreef. En die spreekkoren, keihard waren we. Toen de vrouw van Louis van Gaal kanker had, zongen we dat keihard vanaf de tribunes, steeds weer opnieuw.

Spoor van vernieling
We lieten overal een spoor van vernieling achter. We gooiden met vuurwerkbommen en bakstenen. Of we reden met de trein naar de stad waar een wedstrijd werd gespeeld en sloopten alle bankstellen eruit. Smeten de ruiten stuk. Als de Mobiele Eenheid dan met honden de trein binnendrong, bond één jongen een jack om zijn arm en liet zich expres bijten, terwijl tien anderen het dier verrot schopten.
Sommige mensen denken dat we zo agressief waren door de alcohol, maar ik was nooit dronken. Ik deed het echt voor de kick. Er werd wel veel wiet gebruikt, en steeds vaker ook cocaïne, maar dat was voor mij een grens. Het was vooral het machtsgevoel, de saamhorigheid. We voelden ons onoverwinnelijk.
Natuurlijk sprak mijn geweten wel eens, maar dat drukte ik weg. Ik wilde geen mietje zijn. Met mijn geloof deed ik niks meer. Dat kwam later wel weer. Maar als je niet in de Bijbel leest, krijg je steeds minder zin om erin te lezen. En hoe meer ik naar Feyenoord keek, hoe meer ik daarin wilde opgaan.

Ik moest kiezen!
Ondertussen was ik getrouwd met Inge, had ik een baan en was ons eerste kind op komst. Mijn ouders waren al die jaren blijven vragen of ik nog eens meeging naar de kerk. Om hun een plezier te doen, gingen we op een oudejaarsavond met hen mee. En hoewel ik tijdens die kerkdienst dingen hoorde die ik allang al wist, drong het nu tot me door. God sprak tot mijn hart. Ik moest kiezen! De dominee zei dat je met hem mocht meebidden, als je dat wilde. Ik besefte: als ik meebid, doe ik een belofte. Maar ik bad in stilte het zondaarsgebed met hem mee.  
Daarna ben ik nog een paar keer naar een Feyenoordwedstrijd geweest, maar het klopte niet meer. Was dit nou de grote lol, dacht ik. Al snel zag ik mijn Feyenoordvrienden niet meer. Maar wat miste ik de kick, de wekelijkse adrenalinestoot! Ik voelde me leeg, werd overspannen, ging hyperventileren. Dat leek zo tegenstrijdig: mijn leven was nu rustiger, maar ik werd juist zenuwachtig! Het kostte een paar jaar om weer uit dat dal omhoog te krabbelen.


Jodenhaat
Toen er in Amsterdam Joodse jongens in elkaar werden geslagen, maakte dat iets bij me los. Ik had in de Kuip zo veel jodenhaat gezien. ‘Joden krijgen gratis sigaretten, want dan gaan ze eerder dood’, zeiden we. Dat soort dingen. Of sis-geluiden maken, als herinnering aan de gaskamers. Je moest eens weten wat een spijt ik daar achteraf van heb. Ik ben Jezus zo dankbaar dat Hij mij dat heeft vergeven.
Ik wilde iets doen om het Joodse volk te steunen. Maar wat? Als eerste beloofde ik God dat ik nooit meer in de Kuip zou komen. Zelfs niet voor een EO-jongerendag. Maar ik wilde meer doen en kreeg een idee. In de oorlog werden alle Nederlandse Joden via Westerbork afgevoerd naar Auschwitz en andere kampen. Ik besloot de route andersom te doen, net zoals er sommige Joden waren teruggekeerd. Die Joden moesten we steunen! Mijn vrouw bracht me met de auto naar Auschwitz, en vandaaruit ben ik gaan lopen naar Nederland, samen met mijn hond.
Ik had vijftig euro op zak en vertrouwde voor de rest op God. Na een dag lopen, belde ik aan bij mensen en vroeg om een logeerplek. Dat leverde elke dag bijzondere gesprekken op. In Duitsland kwam een man naast me lopen. Hij greep mijn hand vast en zei: “Mijn vader is in de oorlog een beest geweest. Kun je mij vergeven?” Door de blog die ik bijhield van mijn reis en dit soort ontmoetingen, heb ik iets kunnen doorgeven van Gods liefde en vergeving. Tegenwoordig denk ik: misschien loop ik nog wel eens naar Jeruzalem. Daar gaat God zijn laatste hoofdstuk met de wereld schrijven, en dan wil ik erbij zijn.”

Jaap Willemstein hield een logboek bij. Zijn volledige verhaal is gebundeld onder de titel ‘Auschwitz Westerbork, de weg terug’  – Boekscout, ISBN 9789461768421
(bestellen via www.boekscout.nl)

Tekst: Joyce de Jongh
Beeld: Jaap Willemstein

Ontvang het laatste nieuws in je inbox

Ontvang het laatste nieuws en een overzicht van alle activiteiten, producten en acties van Opwekking.