Op 8 juni 1972 voerde Zuid-Vietnam een napalmaanval uit op vermeende Noord-Vietnamese rebellen in de stad Trang Bang waarbij vele inwoners levend verbrandden. Ook de negenjarige Kim Phúc Phan Thi werd bedekt met de kleverige substantie, waardoor een groot deel van haar huid verbrandde. Ze overleefde de aanval ternauwernood en werd bekend als het 'Napalmmeisje' door de beroemde foto die wereldwijd tot afschuw leidde. In haar onlangs verschenen boek vertelt ze aangrijpend over deze geschiedenis en over haar bekering.

"Te heet, te heet!" gilde de negenjarige Kim Phúc Phan Thi terwijl ze vluchtte voor de vernietigende aanval. De brandende stof napalm - een mengsel van benzine en de verdikkingsmiddelen naftenaat en palmitaat - had haar kleren verbrand. Fotograaf Nick Ut maakte een foto van het naakte gillende meisje dat hem tegemoet rende samen met haar broer, neef en nicht.

Nooit pijnvrij
"Napalm is de ergste pijn die je je maar kunt voorstellen," vertelt de 55-jarige Kim Phúc Phan Thi, kortweg Kim, nu. "Water kookt bij honderd graden. napalm leidt tot temperaturen van 800 tot 1200 graden." De kleverige napalm die haar bedekte, verbrandde de huid van haar nek, rug en arm zo erg dat niemand verwachtte dat ze het zou overleven. Toen Kim in het ziekenhuis belandde, legden de artsen haar in het mortuarium om te sterven. Haar moeder, die een dag later arriveerde en ontdekte dat Kim nog leefde, wist de artsen te bewegen om haar dochter toch te behandelen.
Drie maanden lang onderging Kim zeer pijnlijke behandelingen waarbij ze regelmatig flauwviel. Tot op de dag van vandaag ondervindt ze de gevolgen van de napalmaanval. 35 procent van haar huid is bedekt met littekens die haar veel pijn bezorgen. Massage en lotions helpen om de gehavende huid zachter te maken en de pijn te verlichten. Maar pijnvrij is ze nooit.

Bedelarmbandje
Voor de napalmaanval leidde Kim samen met haar familie een onbezorgd leven op het platteland. Ze woonde in een groot huis en op de omringende grond verbouwde de familie diverse gewassen. Haar moeder bezat een goedlopend restaurant in de stad. Regelmatig bezochten ze de caodai-tempel. Caodai is een geloof dat alle religies beschouwt als verschillende verschijningsvormen van ‘dezelfde waarheid’. Deze religie hecht veel waarde aan ‘goed doen’. Wie verkeerd doet, wordt verstoten.
"Achteraf vergelijk ik het geloof van mijn familie met een soort bedelarmbandje dat ze om mijn pols deden, met een bedeltje voor elke god. Als er iets aan de hand was moest ik die bedeltjes als het ware door mijn vingers laten gaan: de Jadekeizer, Dipankara Boeddha, Taishang Laojun, Confucius, Jezus Christus. Ik was een enthousiaste volgeling. Ik wilde niets liever dan vromer worden dan de vroomste caodaïst."
Na de napalmaanval veranderde alles voor Kim, ze merkte dat haar littekens mensen afstootten. “Mijn beste vriendin wilde niet meer met mij omgaan.” Kim besloot haar energie op haar schoolwerk te richten en ze hoopte een studie tot arts te gaan volgen. Maar de beroemde foto van 8 juni 1972 maakte die droom onmogelijk.

Het meisje van de foto
Tien jaar na de napalmaanval ging een oorlogsverslaggever op zoek naar ‘het meisje van de foto’ en zette daarmee onbedoeld het leven van Kim op zijn kop. “Ik was 19 en net begonnen aan mijn studie geneeskunde, toen ik ineens uit de klas werd gehaald. Het was precies tien jaar na het napalmbombardement, legde een van de mannen uit, en allerlei bekende journalisten uit alle delen van de wereld waren uitgenodigd om mij vragen te stellen over hoe het met me ging.”
Vanaf dat moment werd Kim voor het communistische regime een symbool. Steeds opnieuw moest ze opdraven om haar verhaal te doen. De tolken gaven een eigen draai aan de woorden van Kim, passend bij de wensen en ideeën van de regering. "Als ik niet meewerkte zouden mijn ouders de gevangenis in gaan, of erger. Had ik een andere keus dan toegeven? Eigenlijk kon ik er wel eentje bedenken. En hoe langer ik erover dacht, hoe beter ik hem vond."

Zelfmoordplannen
Kim begon plannen te maken om zelfmoord te plegen. "Ik was verschrikkelijk eenzaam. Had ik maar een vriendin gehad, een vertrouweling, dan had ik deze ellendige toestand misschien kunnen voorkomen. De goden kon ik ook niet om hulp vragen. Na jaren van onbeantwoorde gebeden was het me duidelijk geworden dat ze óf niet bestonden óf geen hand naar me wilden uitsteken."
Maar voordat Kim haar zelfmoordplannen kon doorzetten, vond ze op een dag in de bibliotheek een Bijbel. “Ik had me die dag verstopt bij de afdeling met religieuze boeken in de hoop dat mijn begeleiders mij die dag niet zouden vinden. Uit verveling ging ik een van die boeken lezen, het was de Bijbel. Ik belandde in Johannes, waar een belangrijk thema naar voren kwam: ondanks wat ik bij de caodai had geleerd – dat er veel goden waren en dat er allerlei wegen waren die naar een heilig leven leidden – zei Jezus dat Hij ‘de weg, de waarheid en het leven was’. Ik schudde onwillekeurig mijn hoofd bij die bewering. Wat een brutale stelling van die Jezus, dat Hij de enige weg zou zijn.”
Littekens aanvaarden
Maar het liet Kim niet los. "Jezus had geleden vanwege de bewering dat Hij dé weg was. Hij was bespot. Gemarteld. Gedood. Waarom zou Hij dat hebben gedaan, vroeg ik me af, als Hij niet echt God was? Als deze Jezus werkelijk was wie Hij zei dat Hij was, en als Hij zijn lijden echt allemaal had doorstaan, dan kon Hij me misschien helpen de zin van mijn pijn in te zien en uiteindelijk mijn littekens te aanvaarden."

Niet lang daarna kwam Kim tot geloof, maar het zou nog jaren duren voordat ze haar geloof openlijk kon belijden.
Het hele verhaal van Kim Phúc Phan Thi is te lezen in haar boek Het napalmmeisje. Tijdens de Pinksterconferentie van Opwekking zal Kim haar verhaal vertellen. •

Tekst: Carina Bergman

Ontvang het laatste nieuws in je inbox

Ontvang het laatste nieuws en een overzicht van alle activiteiten, producten en acties van Opwekking.