In de Griekse vluchtelingenkampen bevinden zich christenen die ook daar niet veilig zijn voor vervolging door de moslimmeerderheid. De Britse Yochana Darling richtte een consulaat op voor deze ‘burgers’ van het Koninkrijk van God.

 Joyce de Jongh bezocht onlangs het International Christian Consulate (ICC) dat op een geheim adres in Athene is gevestigd.
“Is het hier?” Onzeker kijken we naar de gevels in de stoffige, uitgestorven straat in een buitenwijk van Athene. Op het adres dat ons is opgegeven is een garage gevestigd. De garagedeur staat open, een auto staat op een brug en er klinkt een eenzame radio, maar we zien niemand. Een verdieping hoger hangt kleding te wapperen. Nadat we nog een keer het adres hebben gecontroleerd, ontdekken we naast de openstaande garage een onopvallende deur met een naambordje: International Christian Consulate.

ISIS
Even later worden we hartelijk verwelkomd door Yochana Darling (34), een Britse vrouw die in haar jeugd een bijzondere roeping van God kreeg, waardoor ze nu al jaren in Griekenland woont en werkt. “Toen ik 14 jaar was, gaf God me een visioen”, vertelt ze. “Het was alsof Hij me foto’s liet zien van vervolging in het Midden-Oosten. Ik zag christenen die uit hun huizen werden verdreven, gevangengenomen en onthoofd. Ik was nog nooit in het Midden-Oosten geweest en kende de islam niet, dus ik begreep niet wat God me liet zien. Toch wist ik dat Hij me riep om iets in deze context te doen.

Omdat ik er geen woorden aan kon geven, droeg ik deze roeping bijna twintig jaar lang in mijn hart zonder het iemand te vertellen. Toen kwamen de eerste beelden over ISIS (later IS) op televisie en zagen we de vreselijke dingen die ze christenen en yezidi's in Irak en Syrië aandeden. Ik besefte direct dat dit te maken had met het visioen dat God me als tiener had laten zien. ‘Heer, wat wilt U? Geef me woorden waarmee ik het aan anderen kan uitleggen’, bad ik. Zijn antwoord was eenvoudig: ‘Ik wil dat je mijn consulaat vestigt voor mijn volk uit het Midden-Oosten’. Het woord consulaat hielp me om te begrijpen en uit te leggen wat Hij van me vroeg. Zo werd het International Christian Consulate (ICC) geboren.”

Vervolging
Yochana ging met een aantal vrijwilligers naar de Griekse vluchtelingenkampen om met eigen ogen te zien hoe de situatie was voor de christenen daar. “We gebruikten een aangepaste versie van de vragenlijst die is gebruikt bij het genocide-onderzoek in Darfur. Al snel kwamen we tot de conclusie dat er een groot probleem was, nota bene binnen Europa. De christenen in de kampen werden bedreigd, aangevallen en aangerand. Het werd hun onmogelijk gemaakt om taallessen in de kampen te volgen, gebruik te maken van medische voorzieningen - zelfs voedselhulp werd hun onthouden. De kampen waar de christenen hoopten veilig te zijn, waren verre van veilig. Ernstige vervolging vond er plaats en niemand deed er iets aan. Niemand hielp. Niemand beschermde hen.”

Consulaat
Yochana en haar team zetten allereerst een netwerk van 11 veilige huizen op in Athene. Het zijn flatwoningen waar de vluchtelingen tijdelijk een veilige plek vinden. Daarnaast groeide de behoefte aan een plek waar ze christenen konden helpen toegang te krijgen tot allerlei ondersteunende diensten, zoals taalles, medische en psychosociale ondersteuning, maar ook een veilige plek om vrijuit over hun geloof te praten en zonder angst in hun Bijbel te kunnen lezen. “Uiteindelijk vonden we dit gebouw. Alleen christenen kennen deze plek, zodat het een veilige plek is en blijft.”

De missie van het ICC is vergelijkbaar met ieder ander, seculier consulaat. Yochana en haar team helpen hun ‘landgenoten’, de burgers van Gods Koninkrijk, wanneer ze in moeilijkheden komen in een vreemd land. “Wij bieden ze hulp en proberen voor hen een stem te zijn bij regeringen en autoriteiten.”

Bijbelstudie
In het afgelopen jaar bezochten meer dan 5.500 christenvluchtelingen het dagcentrum van het ICC: uit Irak, Iran, Afghanistan, Syrië, Egypte, Marokko en Koerdische gebieden. Yochana geeft ons een rondleiding. Ze laat de kliniek zien, waar verschillende keren per week een arts aanwezig is. In de keuken maken twee wasmachines overuren. In de ruime woonkamer staan verschillende bankstellen. Op de televisie is een Arabisch gospelprogramma te zien. De kamer is leeg, op een paar spelende kinderen na.

“Iedereen is bij de Bijbelstudie”, verklaart Yochana. Ze opent zachtjes de deur naar een andere ruimte. Die zit letterlijk stampvol. In het midden van de kamer staat een lange rij tafels met stoelen eromheen die allemaal bezet zijn, en achterin zitten nog meer mensen. Ook tegen de muren staan mensen geleund terwijl ze aandachtig luisteren naar de vrouw voorin de zaal. Ze geeft in het Arabisch les over Bijbelse principes van het huwelijk. Mensen bladeren mee in hun bijbel of maken aantekeningen. Op het schoolbord voorin het lokaal staat het Griekse alfabet, met het Arabisch en Farsi ernaast.

“We geven hier drie keer per week Bijbelstudie en bidden met elkaar”, vertelt Yochana. “Daarnaast bieden we taalles en helpen we met het invullen van papieren. We stimuleren de vluchtelingen om werk te vinden, hun kinderen naar school te sturen en een eigen bestaan op te bouwen.”

Rijk
“Ik ben dankbaar”, vertelt Mardi (35), een Iraanse vrouw, even later. We zitten in de studieruimte, waar ze uit de bescheiden bibliotheek een Farsi Bijbelstudieboek van Derek Prince bestudeert. “Sinds ik hier kom, heb ik veel geleerd. In Iran had ik in materieel opzicht alles, maar nu ben ik veel rijker. Ik weet nu dat God mijn Vader is. Hij is altijd dichtbij. En hier heb ik mijn geestelijke familie leren kennen.” Mardi en haar man moesten vluchten uit Iran. In het vluchtelingenkamp werd hij aangevallen en verschillende malen met messen gestoken. Hij laat de littekens zien. Toch is hij vooral dankbaar. “Ik leef nu dichter bij God dan vroeger”, zegt hij. “God helpt ons.”

Discriminatie
Volgens Yochana wordt het probleem van de christenvluchtelingen vaak niet herkend door de hulporganisaties, maar ook niet erkend door politici. “Het is een impopulair onderwerp, vooral in West-Europese landen”, zegt ze. “In Europa en andere westerse landen wordt het christendom beschouwd als de grootste godsdienst, en vanwege ons historisch kolonialisme zelfs als de onderdrukker. Daarentegen wordt de islam beschouwd als een onderdrukte minderheidsreligie wier volgelingen meer hulp en steun nodig hebben.

De werkelijkheid van de kampomgeving is juist totaal het tegenovergestelde. Christenen die zijn gevlucht voor vervolging in islamitische landen, worden in de kampen opnieuw vervolgd door dezelfde groep mensen die ze probeerden te ontvluchten. Hulpverleningsorganisaties en zelfs regeringen willen echter niet het stempel krijgen dat zij christenen zouden voortrekken. Daarom zijn ze terughoudend om het probleem op te lossen. Met deze houding discrimineren ze in feite de christenen door te weigeren hun dezelfde bescherming te geven die ze anderen in het kamp wel geven.”

Wakker worden
Yochana moet vaak vechten tegen de frustratie, niet alleen over de houding van Europese politici, maar ook over die van Europese christenen. “Het lijkt soms of het christenen in het Westen niet uitmaakt wat er hier gebeurt, alsof ze denken dat het nou eenmaal het lot is van christenen uit het Midden-Oosten om vervolgd te worden. Die passiviteit breekt mijn hart”, vertelt ze. “Mijn droom is dat wij als westerse christenen wakker worden en actie ondernemen om onze vervolgde broeders en zusters te ondersteunen. Op een dag betreden we samen met hen het hemelse Koninkrijk. Dan hebben zij overwonnen, ondanks alle beproevingen, lijden en vervolgingen omwille van Hem. Wat zal het geweldig zijn als onze Koning dan ook tegen ons, westerse christenen, zegt: ‘Goed gedaan’.”

Dit artikel is te vinden in Opwekking Magazine. Steun de bediening van Opwekking en neem een abonnement op Opwekking Magazine.

Ontvang het laatste nieuws in je inbox

Ontvang het laatste nieuws en een overzicht van alle activiteiten, producten en acties van Opwekking.