Over de betekenis van het jubeljaar

Dit jaar zouden we de 50ste Pinksterconferentie vieren. Het getal 50 heeft in de Bijbel een bijzondere betekenis: het jubeljaar. In het kader daarvan schreef Klaas Goverts onderstaand artikel in het maartnummer van Opwekking Magazine.

Inzetting uit het hart van God
Er zijn van die mooie inzettingen, die God bedacht heeft. Zo heeft God tot Mozes gezegd dat er een jubeljaar moest komen. Het is goed allereerst vast te stellen: als er zoiets in de Bijbel staat, dan is het voortgekomen uit het hart van God. Het is niet zomaar een wet of een regel, het is een principe dat bij God vandaan komt. Daarmee leert het jubeljaar ons iets over Gods karakter. Aan de hand van de grondteksten en verschillende Bijbelvertalingen wil ik de betekenis van het jubeljaar nader onderzoeken. Het jubeljaar vinden we in het boek Leviticus, waar het begint met een heel bijzonder vers, dat opgebouwd is als een proclamatie; gescandeerd, ritmisch, plechtig, poëtisch:

Gij zult tellen voor u
zeven sabbatsjaren,
zeven jaren, zeven malen;
en zij zullen zijn voor u
dagen van zeven sabbatten van jaren
negen en veertig jaar. (Leviticus 25:8)

En dan is het zover: het vijftigste jaar. De sjofar, de ramshoorn, zal klinken door het hele land. En u zult vrijheid uitroepen in het land, voor al zijn inwoners (SV). Het is een totale onderbreking van de landarbeid, erfdeel gaat terug naar de originele eigenaar, wie dienstbaar was, wordt weer vrij mens (vers 9 en 10). Tot driemaal toe is in de oorspronkelijke tekst te lezen: een jubeljaar is dit; als een drievoudige cadans. De start van dit jaar moest op een heel speciale dag worden uitgeroepen: op Jom Kippur, de Dag van de Verzoening.

Thuisbrengen
Er zijn een paar woorden die ons de weg wijzen in de Bijbeltekst. Allereerst het woord jubeljaar, joweel. Dit woord heeft niet direct te maken met jubelen. Het Hebreeuwse woord joweel is afkomstig van een werkwoord dat betekent: thuisbrengen. Jesaja sprak daarover: in vrede zult gij voortgeleid worden, thuisgebracht worden (Jesaja 55:12, SV). En Jeremia: Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik hen thuisbrengen (Jeremia 31:9, SV). Daarom vertaalt Buber het ook met Heimholer: mensen worden naar huis gehaald. Philo van Alexandrië, de joodse denker die een tijdgenoot was van Jezus (30 v.C. tot 20 n.C.), vertaalde joweel met: herstel, wederoprichting.

Vrijlating
In vers 10 wordt gesproken over ‘vrijlating’. Het woord deror dat daar in de oorspronkelijke tekst staat, wil zeggen: vrijheid. Hetzelfde woord betekent ook: zwaluw. De oude joodse wijzen zeggen: het is de naam van een zwaluw, die zingt als hij vrij is, maar die sterft als hij gevangen zit. Het komt van een werkwoord dur, dat is wonen; het houdt in dat je weer kunt wonen waar je zelf wilt. Als we het spoor nog verder terug volgen, zien we dat deror zijn oorsprong vindt in het oude Sumerische rijk waar Abram vandaan kwam; daar noemden ze het amargi, dat is: terugkeren naar moeder.

Jubeljaar

Terugkeer

In Leviticus 25 lezen we dus driemaal het woord: terugkeren. Het gaat daarbij om een dubbele terugkeer: naar je land, je grond; èn naar je familie, je levensverband. Psalm 126 zingt: Toen de HEERE de gevangenen van Sion terug deed keren, waren wij als mensen die droomden (SV). God gaf de opdracht tot het vieren van het jubeljaar aan Mozes: zeven maal zeven jaren (oftewel 49 jaar) en dan komt het vijftigste jaar. Mozes bracht het volk tot aan de grens van het Beloofde Land, in de velden van Moab. In het Hebreeuwse alfabet heeft iedere letter een getalswaarde. Als je de getalswaarde van de letters van Moab optelt, kom je aan de getalswaarde: 49. Mozes bracht het volk dus niet tot de 50, het getal van het jubeljaar. Daarvoor moest Jozua komen, de zoon van Nun. Hij bracht het volk ìn het land. Jozua’s familienaam, Nun, is ook een letter in het Joodse alfabet en heeft als getalswaarde 50, een symbool van het jubeljaar. Mozes, als vertegenwoordiger van de wet, kon het volk niet ‘thuisbrengen’ (deror). Daar was Jozua voor nodig, een typologisch beeld van de Here Jezus.

Jozua trok het land binnen en kwam bij Jericho. In het verhaal over de val van deze stad, horen we steeds het getal zeven: zeven priesters gaan met zeven ramshorens zeven dagen rondom de muren, en op de zevende dag zelfs zevenmaal. Daarin ligt een verwijzing verborgen: hier is ten diepste sprake van een joweel. Zo is de intocht in het land in wezen een jubeljaar.

Toepassing
Eeuwenlang was het jubeljaar niet in beeld. In de tijd van de Renaissance begonnen vroege humanisten zich af te vragen: kunnen we hier iets mee? Zo was er de Leidse hoogleraar Peter van der Kun [1586-1638] die dacht: dit is de blauwdruk voor de perfecte maatschappij. Sociale ongelijkheid zal dan eindigen en we krijgeneen stabiele samenleving. Henry George, de fameuze Amerikaan die in de negentiende eeuw opkwam voor de armen, zag het jubeljaar als een maatregel om gelijke verdeling van rijkdom te garanderen. Hij zei: “Het land is een gave van de Schepper aan al zijn schepselen.”

Een recenter voorbeeld: in 1996 vond in Bossey, Zwitserland, een joods-christelijk symposium plaats over het jubeljaar. Er waren 32 afgevaardigden uit 15 landen. Ook Rabbijn Jacob Milgrom was als deelnemer uitgenodigd. Hij concludeerde: “Het jubeljaar schrijft kwijtschelding van schulden voor, teruggave van land, sabbatsrust voor land en volk, bevrijding uit economische slavernij.” Aan een praktische toepassing bleken heel wat haken en ogen te zitten, maar er waren bewijzen dat landen die sommige aspecten van het jubeljaar toepasten, spectaculaire economische groei doormaakten. Zo nam in Zuid-Korea tussen 1952 en 1954 het percentage van boeren die eigenaar van land waren, toe van 50 naar 94 procent. Iets dergelijks vond ook plaats in Taiwan. De principes van het jubeljaar bieden dus een realistisch patroon om de economische kloof tussen rijke en arme naties te overbruggen.

Helaas lijken we in 2020 nog niet veel verder te zijn gekomen. Juist vandaag las ik in de krant: ‘Maatschappelijke ongelijkheid neemt toe’ (zie het rapport Time to Care van Oxfam Novib). Ongeveer 735 miljoen mensen leven in extreme armoede, terwijl het aantal miljardairs in tien jaar verdubbeld is. En in een ingezonden brief in de krant lees ik dat de landroof in Afrika doorgaat. Jeffrey A. Fager schreef in 1993 een studie vanuit sociologisch gezichtspunt en stelde daarin dat de priesters (in Leviticus) het hadden over een reële wereld, niet over een utopie. Kernpunt was (en is): het land is van God (Leviticus 25:23), en wij zijn vreemdelingen en bijwoners bij Hem. In wezen was Israël te gast bij God, zoals wij allen te gast zijn in zijn schepping. Het klassieke Hebreeuws heeft in wezen geen woord voor ‘bezit’; er is wel sprake van een erfdeel. Zodra een mens zich bezitter waant, gaat het mis. In Leviticus 25 zie we dat men geen land kocht of verkocht, maar een aantal oogsten. Naarmate het jubeljaar naderde, daalden de prijzen. Naarmate de komst van Jezus dichterbij is, worden ook aardse zaken van minder waarde voor ons.

Geestelijke functie
Heeft het jubeljaar naast deze sociaaleconomische betekenis ook een geestelijke functie? Het is een thuiskomst. Thuiskomen bij je Maker, bij het hart van Vader, bij je oorsprong. Als Jezus voor de eerste keer de Schriften uitlegt in Nazareth, is zijn thema: het aangename jaar des Heren, oftewel het jubeljaar. Hij proclameert: heden is dit Schriftwoord in uw oren vervuld. Een mens die gevangen zit in zichzelf, mag bij Hem de vrijheid vinden. Het jubeljaar is het beeld van de nieuwe schepping; je schuld is betaald, er heeft een kruis gestaan op deze aarde. Daarmee heeft Jezus de mens teruggekocht, en ook deze zuchtende aarde. Dan vindt gij weer uw eigen grond, als toen Ik u in oude tijden voor ’t eerst aan uw bestemming wijdde (Jan Wit, naar Hosea 2).

En we zien uit naar het grote jubeljaar, dat zal aanbreken als Jezus terugkomt om op deze aarde te regeren. Want, zegt Jesaja, het zal geschieden te dien dage, dat er op een grote sjofar geblazen zal worden, en dan zullen ze komen, de ballingen, van heinde en ver (zie Jesaja 27:13). De Here zelf zal blazen op de sjofar (Zacharia 9:14). Al eeuwenlang wordt in het joodse Dagelijks Gebed (het Achttiengebed) van de joodse liturgie gebeden: Blaas dan op de grote sjofar, en zamel de verdrevenen in uit al de ballingschappen. Dit gebed zal verhoord worden.

De geciteerde Bijbelteksten komen uit de Statenvertaling (SV) of zijn eigen vertalingen door de auteur. Klaas D. Goverts verzorgt leerhuizen Hebreeuwse achtergronden van de Bijbel; was predikant in Noord-Holland; gepromoveerd op Het Lied van de Doortocht (Exodus 15). Studies zijn te beluisteren via: www.klaasgoverts.online

Ontvang het laatste nieuws in je inbox

Ontvang het laatste nieuws en een overzicht van alle activiteiten, producten en acties van Opwekking.